Etappe 14: Roden - Eelderwolde (22 km).  

Woensdag 20 april 2022

Als we in het centrum van Roden uit de bus stappen schijnt de zon al volop. Het is nog fris maar in de zon en uit de wind is het al snel aangenaam. We hadden van Veenhuizen naar Roden willen lopen, maar de OV-app gaf aan dat bepaalde bushaltes tijdelijk buiten gebruik waren. Vandaar eerst deze etappe. De havezate Mensinge gaat ons startpunt worden. De havezate wordt al genoemd in 1381, dus nu al ruim 600 jaar geleden. Sinds 1988 is het gebouw te bezichtigen.

Het is even zoeken naar de rood/gele stikkers van het Drenthepad. Het staat allemaal niet goed aangegeven. Gelukkig hebben we ook nog een kaart in ons boekje en zelfs Google Maps moeten we er bij halen om de juiste route te vinden. Soms zit er vaag verfsel op een steen, die je maar net toevallig moet zien tussen de grassprieten. 

Via een groenstrook langs de wijk Roderveld lopen we het dorp uit richting Leek. Een smal zandpaadje langs een afwateringskanaal brengt ons in een bosrijke omgeving. Het nadeel van ons boekje is dat het wat gedateerd is (uit 2009) zodat we er niet helemaal op kunnen vertrouwen. Maar de praktijk leert ons dat we de geplakte en geverfde aanwijzingen gewoon moeten volgen. Zo loopt de route nu anders dan in het boekje staat omschreven en schept wat verwarring. De richting is wel goed, want dat laat de zonnestand ons weten.

De natuur is nu zo in het begin van de lente op zijn mooist. Overal het ontluikende groen, bloeiende bomen en struiken en daar overheen het vrolijke gekwetter van allerlei soorten vogeltjes. Het wandelpad gaat over op enkele houten vlonders. Nu niet echt nodig, maar wel handig na langdurige regenval. We passeren een rond plasje met daar precies midden in een klein eilandje. De naam “Vagevuur” is afkomstig van het nabijgelegen fort “Vegevuir” dat hier tijdens de 80-jarige oorlog heeft gestaan (rond 1626). Het Vagevuur is een zogeheten Pingoruïne, gevormd aan het eind van de laatste ijstijd zo'n 15.000 jaar geleden.  Het is één van de bijna 2500 pingo ruïnes die in de provincie Drenthe aanwezig zijn. Een heel fotogeniek plekje. 

Wat aanvankelijk met 1 polletje heel bijzonder was, zijn de vele witte bosanemonen die wat verderop overal in het bos te zien zijn. Na het passeren van het dorpje Nietap komen we in Leek, dat in deze hoek is vastgegroeid aan Nietap. 

We slaan af op de Bosweg en zien nu het landgoed Nienoord voor ons liggen. De Bosweg is in feite het gedempte gedeelte van het Leekster Hoofddiep. Jammer dat men hier ooit voor gekozen heeft. Het Hoofddiep had destijds de functie om de veengebieden te verbinden met de vooral Groningse Turfmarkt. Het kanaal was het eerste veenkoloniale kanaal in de provincie Groningen.

Na het oversteken van de N372 die in een tunnel onder ons door gaat komen we op het borgterrein. We lopen langs het rosarium en het hertenkamp met zijn witte pauwen en maken en passant een mooie foto van de borg. Na het passeren van het Familiepark Nienoord, doorkruisen we het bos tot aan het Leekster Hoofddiep. Iets verderop zien we een bankje in de zon staan en gelukkig lopen 2 andere wandelaars er aan voorbij. Omringd door in het wit getooide bomen nemen we een soepje en een broodje.

We lopen een tijdje op met een dame die ook het Drenthepad loopt en wisselen wat ervaringen uit. Gaandeweg komen we in de buurt van het grote natuurgebied de Onlanden. We passeren dit waterrijke gebied aan de zuidkant en verwonderen ons dat het water zo blauw is en de contrasten zo scherp zijn. Allemaal door het mooie en droge weer. Bij binnenkomst van Roderwolde lopen we langs een zelfbedieningshuisje voor ijs, koffie, thee en een soepje. Vriendelijk aangeboden, maar we hebben genoeg voor ons zelf meegenomen. De naam Roderwolde suggereert dat er hier ooit bos geweest moet zijn en dat klopt. Tot aan de veenontginning met de gepaard gaande ontwateringen, lag de poreuze bodem hier meters hoger. Bovenop groeiden uitgestrekte loofbossen. Nu is dat nauwelijks meer voorstelbaar. Soms worden in de ontstane moerassen nog oude boomstronken gevonden die het bewijs vormen van deze vroegere vegetatie.

Wat verder in het dorp bezoeken we de Jacobskerk. Er is niemand aanwezig. Alhoewel we hier kort geleden nog geweest zijn met het Jacobspad nemen we toch even een kijkje aan de binnenkant. Dankzij de felle zon zijn ook vandaag de kleuren door de versierde ramen weer prachtig. Op een bank in de haven nemen we ons tweede deel van de lunch met uitzicht op de schitterende molen Woldzicht, gebouwd in 1852. Deze molen is nog steeds actief en heeft 2 productielijnen: een voor lijnolie en een voor meel. Het te malen lijnzaad werd destijds vanuit Groningen aangevoerd via het water en daar speelde de gegraven haven weer een grote rol in. De door de molen geproduceerde lijnolie werd weer gebruikt voor de verf- en zeepindustrie in de stad Groningen.

Even na Roderwolde steken we het Peizerdiep over. Ooit een meanderend riviertje dat het overtollige water vanuit een breed stroomgebied naar het noorden afvoerde. Later is het diep gekanaliseerd en werd het een belangrijke vaarverbinding tussen Noord-Drenthe en de stad Groningen. Dat kanaliseren gaf zoveel wateroverlast in de stad Groningen dat nu weer geprobeerd wordt om de rivier te “temmen” door de meanders en overstroomgebieden te herintroduceren.

Verder gaat het weer door een open landschap met vaarten en rietkragen richting een nieuw uitziend en fraai beschilderd tunneltje dat onder de N372 heen loopt. Vandaar is het nog maar een klein stukje tot Eelderwolde, waar we op bushalte Hoornseplas buslijn 9 nemen naar het Centraal Station van Groningen. Alles sluit goed op elkaar aan, ondanks dat de bus vertraging heeft vanwege de spits en de verbouwing van het Julianaplein. Al met al was het weer een mooie wandeldag.