Dag 1. Aankomst op Madeira.  

Donderdag 12 januari 2006.  

Om 2 uur ’s nachts zoemt de wekker en begint het grote avontuur. Het is een mistige nacht. Na een autorit die achteraf wel het gevaarlijkste onderdeel van de vakantie zou blijken te zijn komen we aan in Alphen aan de Rijn.  

Na per abuis eerst zoon Hein te hebben gewekt staat vervolgens zoon Jaap ons voor zijn huis in Alphen op te wachten. Op Schiphol aangekomen nemen we afscheid van Jaap. Hij zorgt tijdens ons verblijf in Madeira voor de auto.

                                    

(Bron: Jan Visscher)

Als tweede vliegtuig van de lijst vliegen we keurig op tijd naar Madeira. De vlucht zelf verloopt voorspoedig (3 uur en 40 minuten). Later horen we dat Schiphol die dag door de mist veel vertraging en zelfs gecancelde vluchten heeft gehad, maar daar hebben we op dat moment geen weet van.

                                   

(Bron: Jan Visscher)

25 minuten te vroeg naderen we Madeira, dat zonovergoten in de Atlantische Oceaan ligt te blinken.  

Een busje brengt ons in een hoog tempo naar het hotel, waar we drie kwartier na aankomst al kunnen inchecken. Het is (Portugese tijd) 10.10 uur. We hebben nog een hele dag voor ons. Het aparthotel Dom Pedro Garajau is een vrij groot complex, maar doordat het is opgedeeld in kleinere stukken ontbreekt het massale.

De kamer is prima geschikt voor onze doeleinden, een bed, een klein zitje en een kitchenette. We waren eigenlijk van plan om zelf eten te fabriceren met behulp van de lokale supermarkt, maar enerzijds blijkt dat uit eten gaan minstens twee maal zo goedkoop is als in Nederland en anderzijds hebben we ook de puf niet meer om na een zware dag nog eens zelf eten te gaan koken. Het resultaat: elke dag uit eten. De kitchenette gebruiken we eigenlijk alleen maar voor het dagelijkse gebakken eitje, de thee, en een soepje na het wandelen.

Na ons geïnstalleerd te hebben is het tijd voor een verkenningstocht. Zoals verwacht loopt bijna niets horizontaal en moeten we flink klimmen en dalen. We zijn dat niet gewend en binnen de kortste keren lopen we al transpirerend in ons T-shirt. Het is aangenaam warm. De thermometer komt op 20 graden. Eerst lopen we naar beneden, naar het uitkijkpunt Ponta do Garajau. Het dorp waar we verblijven heet Garajau. De eerste indruk is overweldigend, we kijken onze ogen uit naar de vele soorten bloemen. 

Van allerlei kleuren bougainville, tot paradijsvogelbloemen (Estrelicia) en van meters hoge kerstrozen tot bloeiende cactussen. Op het uitkijkpunt zelf staat een zeker 30 meter hoog Christus beeld met de armen gespreid naar de zee.

Er is op het hele eiland bijna nergens een plek om bij het water te komen, zo ook niet bij Garajau dat gescheiden wordt van de oceaan met een vrijwel loodrechte rotswand van zo’n 100 meter diep. Volgens het boekje is de zee op 2,5 km van de kust al 4 km diep.  

Via een andere route lopen we weer terug naar het hotel. Dit levert weer veel mooie huizen en tuinen op. De lokale supermarkt biedt ons brood en drank in alle soorten en maten. 

 

De voorraad voor de volgende dag: boter, kaas, eieren, brood en soep wordt dan ook snel aangelegd. Ook besluiten we op dat moment om de eerste dag uit eten te gaan. Tegenover het hotel bevinden zich n.l. een hele reeks leuk uitziende restaurantjes. Het zal dus niet bij 1 keer blijven.

Op het zonovergoten balkon wordt de hand geslagen aan een glaasje Madeira. Verrassend genoeg komt de smaak erg overeen met Port. Ook het alcohol percentage van 19 % liegt er niet om.  

In een Italiaans restaurant doen wij ons wat later tegoed aan Lasagna en Penne. De prijzen zijn goed vergelijkbaar. Het grote voordeel van het Portugees eiland is dat men ook de euro als betaalmiddel heeft.

Ondanks (of vergezelt van) live-muziek elders in het hotel vallen we rond 22.00 uur uitgeput in slaap om de volgende dag pas om 7 uur weer wakker te worden van hotelgeluiden en even later ook van de wekker.